In september 2025 startte in Enschede een praktijkgericht onderzoek naar de vraag hoe een sportpark zich laat doorontwikkelen tot ontmoetingspark. Het loopt rond Omnisportvereniging Avanti Wilskracht in Enschede Oost, onder de titel Ruimte voor verbinding: sportparken als ontmoetingsparken (Saxion, 2025). Het interessante zit niet in de conclusie, want die is er nog niet. Het zit in wat er onderzocht wordt.
Wat er in Enschede wordt onderzocht
Het project brengt vier partijen samen: twee Saxion-lectoraten, Stichting Ontmoetingsparken Twente, het bedrijf Vario Fields dat recreatieve buitenruimte inricht, en de vereniging zelf. De gemeente Enschede is aangehaakt voor de realisatie. De aanpak bestaat uit bijeenkomsten met leden en buurtbewoners, een vragenlijst, interviews en focusgroepen, met als doel een ontwerp voor de inrichting en het gebruik van het park dat aansluit op wat de omgeving daadwerkelijk vraagt (Saxion, 2025).
Expliciet in beeld zijn groepen die nu niet worden bereikt: ouderen, mensen met dementie en mensen die niet actief sporten (Saxion, 2025). Dat is een wezenlijk andere vraag dan hoeveel velden er nodig zijn.
Bij de status van dit onderzoek hoort een kanttekening. Het is eenjarig, gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA, en op het moment van schrijven nog niet afgerond. Stichting Ontmoetingsparken Twente is bovendien geen neutrale waarnemer, want het ontmoetingspark is haar eigen concept, en Vario Fields is een commerciele partij in de inrichting van buitenruimte. De onafhankelijke uitvoering ligt bij Saxion. Het project laat dus zien dat de vraag serieus wordt onderzocht, nog niet dat de aanpak werkt.
Geen incident, maar een beweging
Enschede staat niet op zichzelf. Op 1 juli 2025 tekenden zes Twentse verenigingen een overeenkomst om hun sportpark tot ontmoetingspark door te ontwikkelen, verspreid over Enschede, Hengelo, Almelo en Oldenzaal (Stichting Ontmoetingsparken Twente, 2025). Dezelfde vraag komt elders op, meestal wanneer een verhuizing, fusie of nieuwbouwplan aanleiding geeft om verder te kijken dan de eigen club.
De kansen zitten daarbij zelden in een groot gebaar. Ze zitten in een stapeling van kleine keuzes. Wat delen verenigingen aan voorzieningen en wat houden ze liever eigen? Hoe richt je een gezamenlijke kantine in zonder het clubgevoel te verdunnen? En wie is straks aanspreekpunt voor beheer, zodat gedeeld gebruik niet uitmondt in gedeelde verantwoordelijkheid voor niemand?
Gedeeld gebruik van sportaccommodaties klinkt simpel, tot eigendom en beheer verschillen
Van kans naar uitvoerbare richting
Kansen herkennen is iets anders dan ze vertalen naar een uitvoerbaar plan. Daar zit het werk: welke voorzieningen lenen zich voor gedeeld gebruik, welke functies versterken elkaar als je ze bij elkaar zet, en wat is haalbaar gezien de financien en de bereidheid van de betrokken partijen. Een haalbaarheidsonderzoek is daarbij geen formaliteit, maar de manier om aannames te toetsen voordat er onomkeerbare keuzes vallen.
Het moment waarop dit misgaat
Wij komen op sportparken waar de ambitie om meer voor de wijk te betekenen bij de vereniging ligt en de middelen bij de gemeente, zonder dat iemand die twee bij elkaar brengt. De club organiseert een ochtend voor ouderen, de gemeente financiert een programma via het sociaal domein, en op het park zelf verandert er niets aan inrichting, openingstijden of beheer. Dat is zelden iemands fout. Activiteiten worden per subsidie afgerekend en accommodaties per vierkante meter beheerd, en die twee sporen komen elkaar zelden tegen in dezelfde besluitvorming.
Wij brengen die sporen samen door eerst vast te stellen wat er nu feitelijk gebeurt op een park en wie er al iets doet, en pas daarna wat de inrichting en de afspraken moeten worden. Vaak blijkt het beginpunt kleiner dan gedacht: een pad, een openstellingstijd, en iemand die verantwoordelijk is voor het park als geheel.
Onderzoek zoals dat in Twente laat zien dat de beweging naar sportparken als bredere ontmoetingsplek geen losse trend is, maar een richting die serieus wordt onderzocht. Voor gemeenten is de relevante vraag welke van die kansen op hun eigen locatie realistisch zijn. Wil je weten welke samenwerkingskansen er op je sportpark liggen en wat daarvoor nodig is? Wij van Sportgrond beginnen bij een feitelijk beeld van gebruik, partijen en onbenutte ruimte, en vertalen dat naar een plan dat de toets van financien en draagvlak doorstaat.
Maatschappelijke waarde ontstaat niet vanzelf, ook niet bij een vol Sportpark
