Kan een school de kantine van de voetbalclub ernaast gebruiken voor tussenschoolse opvang? De ruimte staat het grootste deel van de dag leeg, dus de vraag ligt voor de hand. Het antwoord is bijna nooit zo eenvoudig als de vraag.
Waarom gedeeld gebruik vastloopt op eigendom en beheer
Het knelpunt is meestal geen sportvraagstuk. Eigendom, beheer en gebruik van een sportaccommodatie liggen zelden in dezelfde handen. Vaak is de gemeente eigenaar van de grond, terwijl een vereniging die op vrijwilligers draait verantwoordelijk is voor het beheer en van oudsher een exclusief gebruiksrecht heeft. Verhuur aan derden is dan niet altijd mogelijk of aantrekkelijk, en de bestuurskracht om het te organiseren ontbreekt vaak. Gemeenten die sportaccommodaties aan scholen willen verhuren, zijn op hun beurt afhankelijk van de medewerking van die vereniging (Sport Knowhow XL, 2023).
Daar komen praktische en juridische obstakels bij. Een sportkantine die ook buitenschoolse opvang huisvest, moet aan de inrichtingseisen van de kinderopvang voldoen. Gedeeld gebruik van een publieke accommodatie kan stuiten op de Wet Markt en Overheid. En de vestiging van een fysiotherapiepraktijk op een sportcomplex kan afketsen op het bestemmingsplan (Sport Knowhow XL, 2023).
Die opsomming komt uit een analyse van Jan Janssens, oud-directeur van het Mulier Instituut, geschreven bij het onderzoeksprogramma MOOI in Beweging. Het is een beargumenteerd opiniestuk op basis van praktijkkennis, geen meetonderzoek. De voorbeelden zijn illustratief bedoeld, en het aantal gemeenten waar elk obstakel speelt is er niet uit af te leiden.
Twee voorbeelden waar het wel lukte
Op een sportpark in Engelen maakte de kantine van de voetbalclub plaats voor een multifunctioneel gebouw, waar naast de voetballers ook jeugd- en jongerenwerk, een basisschool, een kinderopvangorganisatie, een dansschool, een yogastudio, een muziekschool en een fysiotherapeut terechtkunnen (Sport Knowhow XL, 2023). Een letterlijker variant staat in Utrecht, waar een voetbalcomplex is opgetild en nu het dak vormt van de parkeergarage van een meubelwarenhuis (Sport Knowhow XL, 2023).
Wat beide gemeen hebben: het gedeelde gebruik ontstond niet doordat iemand een deur openzette. Er lag een organisatorische en juridische keuze onder. Wie beheert wat, wie is aansprakelijk, en hoe wordt de vereniging gecompenseerd voor het delen van haar ruimte.
De juridische uitwerking daarvan is werk voor juristen en vastgoedspecialisten: huurovereenkomsten, opstalrechten, btw-gevolgen en aansprakelijkheid. Die worden ingeschakeld zodra de richting vaststaat. Wat daaraan voorafgaat is een organisatorische vraag: welke vorm van gedeeld gebruik is op dit sportpark eigenlijk kansrijk, en wie zou hem moeten dragen? Een juridisch dichtgetimmerde constructie rond een vorm die niemand wil, is verspilde moeite.
Waar het gesprek meestal vastloopt
Wij komen op sportparken waar iedereen gedeeld gebruik een goed idee vindt en waar niemand bereid is de eerste concessie te doen. De vereniging vreest verlies van kantine-inkomsten en clubgevoel, de school vreest gedoe met sleutels en aansprakelijkheid, en de gemeente wil geen partij kiezen. Dat is zelden iemands fout. Het huurcontract kent maar een gebruiker, de begroting van de vereniging leunt op de kantine, en er bestaat geen afspraak die vastlegt wie het extra werk van gedeeld gebruik betaalt.
Wij beginnen daarom bij de compensatievraag en niet bij de ambitie. Wat kost het delen de zittende gebruiker aan geld, ruimte en werk, en waar komt dat vandaan? Zodra dat op tafel ligt, blijkt vaak dat het gesprek niet over openheid ging, maar over een paar duizend euro en een sleutelbeheer dat niemand wilde regelen.
Voordat je afspraken maakt, is het nuttig om vast te stellen waar de samenwerking op een locatie nu feitelijk staat: welke uren blijven leeg, wie gebruikt op welk moment wat, en welke partijen in de omgeving zoeken al ruimte. Zo'n meting maakt van indrukken feiten, en dat verandert het gesprek meer dan een ambitie in een beleidsnota. Wat er daarnaast nodig is om een park werkelijk toegankelijk te maken, staat in Een open hek maakt nog geen maatschappelijk sportpark.
Een open hek maakt nog geen maatschappelijk Sportpark
Gedeeld gebruik van sportaccommodaties is dus zelden een kwestie van willen. Het is een kwestie van afspraken die er nog niet zijn, en van iemand die op het park een rol heeft die verder reikt dan de eigen club. Zie je op een van je sportparken ruimte die het grootste deel van de week leegstaat, maar loop je vast op de vraag wie wat regelt? Wij van Sportgrond brengen dat in kaart en werken toe naar afspraken die standhouden.
Een Sportpark heeft net zo goed een regisseur nodig als een gemeente
