Een afgesloten sportpark wordt fysiek toegankelijker zodra de poort opengaat. Dat is waar. Maar fysieke toegankelijkheid en maatschappelijk gebruik zijn twee verschillende dingen.
Nieuwe gebruikers komen namelijk niet vanzelf. Buurtbewoners weten vaak niet wat er sinds de openstelling mogelijk is. Scholen, kinderopvang, zorg en welzijn hebben een concreet aanbod en een aanspreekpunt nodig. Voor sommige doelgroepen speelt een praktische of sociale drempel, ook als het hek al lang open staat. En als onduidelijk is wie toezicht houdt, beheert en aansprakelijk is, remt dat medegebruik verder.
Sportgedrag verandert: van verenigingssport naar flexibel bewegen
Het kenmerk dat het vaakst wordt overgeslagen
Het Kenniscentrum Sport & Bewegen beschrijft open sportparken aan de hand van vijf kenmerken: functiemenging, ruimtelijke integratie, openheid, optimale benutting van ruimte, en orgware (Kenniscentrum Sport & Bewegen, 2025).
Dat laatste kenmerk verdwijnt in de praktijk het vaakst uit beeld. Orgware staat voor een sterke organisatie die beheert, activiteiten organiseert en samenwerkt met bewoners en andere organisaties. Dat is geen aanvulling achteraf, maar een wezenlijk onderdeel van wat een park open maakt.
Twee praktijkvoorbeelden
Sportpark Reeweg in Dordrecht is sinds medio 2023 vrij toegankelijk. Naast de reguliere verenigingen maken inmiddels ook onderwijs, jeugd- en jongerenwerk, het Leger des Heils, commerciële fitness, bootcamp en tijdelijke activiteiten er gebruik van. De belangrijkste les daar: hekken weghalen leidt niet automatisch tot meer activiteit, gerichte programmering voor specifieke doelgroepen blijft nodig (Kenniscentrum Sport & Bewegen, 2025).
Rotterdam koos een andere invalshoek. Op een deel van de sportlocaties startte de gemeente met bredere verhuur via het initiatief Claim je veld, waarbij niet-leden, scholen, bedrijven en groepen sporters per uur een veld kunnen huren. De gereserveerde tijden van verenigingen blijven intact, en verenigingen die meewerken ontvangen een vergoeding. Het doel is niet kostendekking, maar hogere bezetting en meer maatschappelijke waarde (Kenniscentrum Sport & Bewegen, 2025).
Hardware, software, orgware
Een bruikbaar model om dit samen te vatten. Hardware is wat er fysiek staat: velden, gebouwen, paden en toegang. Software zijn de activiteiten, begeleiding, communicatie en programmering. Orgware is de organisatie erachter: afspraken, partners, beheer en regie.
Investeren in alleen hardware, zoals een open poort en nette paden, levert weinig op zolang software en orgware ontbreken.
Dit is geen probleem van de verenigingen
Openstelling levert extra belasting, slijtage, toezicht en organisatorische vragen op voor de mensen die het park al draaiende houden. Vrijwilligers kunnen niet verantwoordelijk worden gemaakt voor een maatschappelijke ambitie die groter is dan hun capaciteit.
Wat wij hierin zien
Wij komen op net opengestelde sportparken waar niemand bijhoudt wie er sinds de openstelling nieuw is komen sporten, en waar ook niemand dat had verwacht. De hekken zijn weg, de ambitie staat in het beleidsstuk, en er is nooit iemand aangewezen om er iets mee te doen.
Daarom begint een maatschappelijk sportpark bij ons niet bij de vraag hoe het hek open kan, maar bij de vraag voor wie het park wordt opengesteld, welke behoefte er werkelijk is, wie dat organiseert en beheert, en hoe het uitvoerbaar en betaalbaar blijft.
Wil je je sportpark breder maatschappelijk benutten en voorkomen dat openstelling een fysieke ingreep blijft? Wij van Sportgrond brengen graag in kaart welke doelgroepen, programmering, partners en organisatie daarvoor nodig zijn. Zulke keuzes leggen we het liefst vast in een heldere sportparkvisie.
Het Sportpark is vaak de enige plek in de wijk waar iedereen zomaar kan binnenlopen
