Blog

Een open hek maakt nog geen maatschappelijk sportpark

Natasja

Een open sportpark: een jongen met rugzak aarzelt bij een half geopend hek terwijl een training bezig is

Een paar weken terug liep ik over een net opengestelde Sportpark met de wethouder die er zo trots op was. De hekken waren weg, de poort stond open, en op papier was het park nu "voor iedereen toegankelijk". Toen ik vroeg wie er sinds de openstelling nieuw was komen sporten, bleef het stil. Niemand had dat eigenlijk bijgehouden, en eerlijk gezegd verwachtte ook niemand dat het vanzelf zou gebeuren.

Dat is het punt dat ik steeds weer tegenkom: een afgesloten Sportpark lijkt toegankelijker te worden zodra de poort opengaat of de hekken verdwijnen. Dat is ook zo, in fysieke zin. Maar fysieke toegankelijkheid en maatschappelijk gebruik zijn twee verschillende dingen. Een open hek is geen maatschappelijke programmering.

Nieuwe gebruikers komen namelijk niet vanzelf. Buurtbewoners weten vaak niet wat er sinds de openstelling mogelijk is geworden. Scholen, kinderopvang, zorg en welzijn hebben een concreet aanbod en een aanspreekpunt nodig voordat zij een Sportpark daadwerkelijk gaan gebruiken. Voor sommige doelgroepen speelt bovendien een praktische of sociale drempel, ook als het hek al lang open staat. Verenigingen hebben zelden vanzelf de tijd of menskracht om er activiteiten voor nieuwe groepen bij te organiseren. En als onduidelijk is wie toezicht houdt, wie beheert en wie aansprakelijk is bij problemen, remt dat medegebruik nog verder, hoe goedbedoeld de openstelling ook was. Deze bredere groep potentiële gebruikers beschreef ik eerder in Sportgedrag verandert.

Sportgedrag verandert

Het Kenniscentrum Sport & Bewegen beschrijft open sportparken aan de hand van vijf kenmerken: functiemenging, ruimtelijke integratie, openheid, optimale benutting van ruimte, en orgware (Kenniscentrum Sport & Bewegen, Open sportparken: kansen en belemmeringen vanuit de praktijk, 2025). Vooral dat laatste kenmerk zie ik in de praktijk het vaakst over het hoofd gezien worden. Orgware staat voor een sterke organisatie die beheert, activiteiten organiseert en samenwerkt met bewoners en andere organisaties. Dat is dus geen aanvulling achteraf, maar een wezenlijk onderdeel van wat een Sportpark pas echt open maakt.

Sportpark Reeweg in Dordrecht liet mij zien hoe dat in de praktijk werkt. Sinds medio 2023 is het park vrij toegankelijk, en naast de reguliere sportverenigingen maken inmiddels ook onderwijs, jeugd- en jongerenwerk, het Leger des Heils, commerciële fitness, bootcamp en tijdelijke activiteiten er gebruik van. De belangrijkste les daar: het verwijderen of openzetten van hekken leidt niet automatisch tot meer activiteit. Gerichte programmering voor specifieke doelgroepen blijft nodig om nieuwe gebruikers naar het Sportpark te trekken (Kenniscentrum Sport & Bewegen, 2025).

Rotterdam koos een andere invalshoek, die ik ook interessant vind om te delen. Bij 10 van de 80 sportlocaties startte de gemeente met een bredere vorm van gebruik via het initiatief Claim je veld, waarbij niet-leden, scholen, bedrijven en groepen sporters per uur een veld kunnen huren (Kenniscentrum Sport & Bewegen, 2025). De gereserveerde tijden van verenigingen blijven daarbij intact, en verenigingen die meewerken aan de openstelling ontvangen daarvoor een vergoeding. Het doel is niet volledige kostendekking, maar een hogere bezetting en meer maatschappelijke waarde.

Een handig model om dit samen te vatten is dat van hardware, software en orgware. Hardware is wat er fysiek staat: velden, gebouwen, paden en toegang. Software zijn de activiteiten, begeleiding, communicatie en programmering. Orgware is de organisatie erachter: afspraken, partners, beheer en regie. Investeren in alleen hardware, zoals een open poort en nette paden, is onvoldoende zolang software en orgware ontbreken.

Dat betekent niet dat verenigingen het probleem zijn, of dat zij alles zelf zouden moeten oppakken. Openstelling kan juist extra belasting, slijtage, toezicht en organisatorische vragen opleveren voor de mensen die een Sportpark al draaiende houden. Vrijwilligers kunnen niet zomaar verantwoordelijk worden gemaakt voor een nieuwe maatschappelijke ambitie die groter is dan hun vrijwillige capaciteit. Gemeente, verenigingen en maatschappelijke partners moeten daarom vooraf duidelijke afspraken maken, en soms is professionele ondersteuning of regie simpelweg nodig.

Een maatschappelijk Sportpark begint dan ook niet bij de vraag hoe het hek open kan. Het begint bij de vraag voor wie het park wordt opengesteld, welke behoefte er werkelijk bestaat, welk aanbod daarbij past, wie dit organiseert en beheert, hoe verantwoordelijkheden worden verdeeld, en hoe het gebruik uitvoerbaar en financieel houdbaar blijft, precies de vragen die centraal staan in onze aanpak.

onze aanpak

Wilt u uw Sportpark breder maatschappelijk benutten en voorkomen dat openstelling alleen een fysieke ingreep blijft? Wij van Sportgrond brengen graag met u in kaart welke doelgroepen, programmering, samenwerkingspartners en organisatie daarvoor nodig zijn. Zulke keuzes leggen we het liefst vast in een heldere Sportparkvisie.

Het sportpark is vaak de enige plek in de wijk waar iedereen zomaar kan binnenlopen

Neem contact op

SportlocatieScan.nl

SportlocatieScan schreef over de vraag ervoor: hoe u vaststelt hoe open een sportpark nu werkelijk is.

Lees het artikel van SportlocatieScan