Blog

Het vrijwilligersmodel kraakt: wat dit betekent voor Sportparkbeheer

Door Natasja Heijink

Vrijwilligers van een sportvereniging onder druk: iemand werkt 's avonds aan de keukentafel met uitzicht op een verlicht sportveld

Sportverenigingen moeten steeds meer organiseren en verantwoorden. Accommodatiebeheer, personeelszaken, vergunningen, privacy, sociale veiligheid, verduurzaming, sponsoring, financiele administratie, toegankelijkheid en samenwerking met maatschappelijke organisaties: het hoort er allemaal bij.

Uit een rondgang langs alle twaalf provincies, met ruim 250 gesproken bestuurders en een enquete onder meer dan 800 bestuurders, kwam naar voren dat verenigingen kampen met sterk gestegen kosten en toenemende bureaucratie, en dat gemeenten daarbij weinig ondersteuning bieden (RVVB, 2023). Die rondgang is uitgevoerd door een belangenorganisatie voor verenigingsbestuurders, maar de omvang maakt het beeld bruikbaar. Wie zich vandaag kandidaat stelt voor een bestuursfunctie, tekent dus voor iets anders dan tien jaar geleden.

De bereidheid daalt precies waar de last stijgt

Tegelijk neemt de bereidheid voor structurele taken af. Het aandeel sportvrijwilligers dat actief was als trainer of coach daalde van 43 procent in 2020 naar 36 procent in 2022. Het aandeel met een bestuursfunctie daalde in dezelfde periode van 13 naar 11 procent (Mulier Instituut, 2024, over de periode 2020-2022).

Belangrijk detail: vrijwilligers voor incidentele taken, zoals een toernooi of een bardienst, bleven wel stabiel. Het probleem is dus niet dat mensen niet meer willen. Het probleem is dat terugkerende verantwoordelijkheid minder aantrekkelijk is geworden.

Wat dat doet met de ambitie voor het sportpark

Hier raakt het jouw plannen. Breder gebruik van een sportlocatie, met meer samenwerking en gedeelde voorzieningen, ontstaat niet vanzelf. Daar is coordinatie voor nodig: gezamenlijke programmering, duidelijke verantwoordelijkheden, een aanspreekpunt en een uitvoerbaar exploitatiemodel.

Zonder die ondersteuning valt de last van meer samenwerking terug op dezelfde kleine groep. Een plan voor een opener sportpark wordt dan in de praktijk een plan voor meer werk bij mensen die al vol zitten.

Hoe je dit vooraf vaststelt

Bezettingscijfers laten dit niet zien. Een sportaccommodatie kan op papier goed bezet zijn en organisatorisch tegelijk aan het verzwakken zijn.

Wat je wel kunt nagaan: hoeveel bestuursfuncties zijn onvervuld en hoe lang al, hoeveel taken rusten op een persoon, blijven er structurele klussen liggen zoals onderhoud of sleutelbeheer, en lukt het nog om trainers te vinden voor nieuwe teams. Dat zijn vier vragen die in een half uur te beantwoorden zijn en die meer zeggen dan een bezettingspercentage.

Waar wij op letten

Wij komen op sportparken waar een uitstekend plan ligt dat organisatorisch niet uitvoerbaar is, simpelweg omdat er niemand meer is om het te dragen. Dat is zelden een ontwerpfout in het plan zelf, en bijna altijd een gevolg van het feit dat de organisatiekracht nooit is meegewogen.

Daarom toetsen wij elk voorstel op uitvoerbaarheid voor de mensen die het straks moeten waarmaken. Een plan dat alleen werkt bij onbeperkte vrijwillige inzet, is geen plan.

Wil je weten hoe je samenwerking op je sportpark organiseert zonder je vrijwilligers te overbelasten? Wij van Sportgrond denken daar graag over mee.

Wanneer is een Sportparkmanager de oplossing, en wanneer nog niet?

Lees meer over onze aanpak

Neem contact op