In de helft van de gemeenten bestaan vervoersregelingen om de afstand tussen het schoolgebouw en de gymlocatie te overbruggen (Mulier Instituut, Huisvesting bewegingsonderwijs in het primair onderwijs). Een deel van die ritten gaat langs sportparken die op dat moment leeg liggen.
Twee problemen die elkaar zelden vinden
Sinds schooljaar 2023/2024 moeten basisscholen minimaal negentig minuten bewegingsonderwijs per week verzorgen, gegeven door een bevoegde leerkracht. Een derde van de scholen haalt die norm niet, en wijst daarbij op een tekort aan geschikte accommodatie en volle lesroosters (Mulier Instituut, 2024). Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor voldoende voorzieningen voor het bewegingsonderwijs in het primair onderwijs.
Aan de andere kant staat het sportpark. Ruim beschikbaar tussen negen en drie, en juist in die uren nauwelijks in gebruik. Twee vraagstukken die op papier in elkaar passen, en die zelden bij elkaar op tafel komen.
Waarom dat niet vanzelf gebeurt
De eerste reden is dat ze in verschillende dossiers zitten. Bewegingsonderwijs valt onder onderwijshuisvesting, het sportpark onder sport of vastgoed. Andere budgetten, andere ambtenaren, andere overleggen.
De tweede reden is subtieler. Gemeenten schatten het tekort minder ernstig in dan scholen zelf, en dat komt doordat beide iets anders onder een tekort verstaan. Voor een school is er een tekort zodra de accommodatie ongeschikt is, bijvoorbeeld te ver weg of te klein. Voor een gemeente ontstaat een tekort pas als er werkelijk geen ruimte meer beschikbaar is (Mulier Instituut, 2026). Zolang die definities uiteenlopen, ziet de een een probleem waar de ander een oplossing ziet.
De derde reden is dat het buitenveld lang niet als serieus alternatief gold. Sporthallen, sportzalen en gymzalen worden op dit moment het meest ingezet voor bewegingsonderwijs; sportvelden, schoolpleinen en zwembaden in mindere mate. Wel noemen gemeenten sportvelden en schoolpleinen expliciet als voorziening die ze willen inzetten of breder willen gebruiken (Mulier Instituut, Huisvesting bewegingsonderwijs in het primair onderwijs).
Wat het voor het sportpark betekent
Overdaggebruik door scholen is geen kwestie van een sleutel afgeven. Er moet iemand aanspreekbaar zijn tussen negen en drie, precies de uren waarop een vereniging draait op vrijwilligers die dan werken. Er zijn kleedruimtes en toiletten nodig die op dat moment open en schoon zijn. En er moet iets geregeld worden over toezicht, aansprakelijkheid en een vergoeding die recht doet aan beide kanten.
Daarnaast krijgen de velden extra belasting op momenten waarop er anders werd hersteld. Wat dat doet met de bespeelbaarheid en het onderhoudsregime is een vraag voor de beheerder en, bij twijfel, voor een sporttechnisch specialist. Die vraag hoort voor de afspraak beantwoord te worden en niet na het eerste natte najaar, want een veld dat het niet houdt kost meer dan de gymles oplevert.
Waar deze twee elkaar mislopen
Wij komen op sportparken waar de school op fietsafstand ligt, waar het bestuur openstaat voor gebruik overdag, en waar het contact nooit tot stand komt. Beide partijen wachten op een uitnodiging van de ander, en er is geen overleg waarin ze elkaar tegenkomen. Dat is zelden iemands fout. De school is gebonden aan een gymrooster dat door de gemeente wordt verdeeld over binnensportaccommodaties, en het sportpark komt in dat verdeelsysteem simpelweg niet voor.
Wij brengen daarom eerst in kaart welke uren feitelijk leegstaan en welke scholen binnen bereik liggen, en pas daarna wat er aan beheer, onderhoud en afspraken bij hoort. Vaak blijkt het startpunt kleiner dan gedacht: een dagdeel, een klas, en iemand die op dat dagdeel bereikbaar is.
Het gesprek zou dus niet moeten beginnen bij de vraag of scholen welkom zijn, want dat antwoord is bijna altijd ja. Het begint bij wat er feitelijk verandert aan beheer, onderhoud en bemensing, en wie dat draagt. Een sportpark dat overdag opengaat, wordt een andere voorziening dan het daarvoor was. Speelt dit bij jullie? Wij van Sportgrond rekenen graag door wat overdaggebruik concreet vraagt, voordat er een toezegging ligt die niemand kan waarmaken.
Leeg overdag, vol op dinsdagavond: het probleem van piekdruk
