Privatisering komt bij gemeenten meestal binnen als een besparingsvraag: het onderhoud van kleedruimtes of het beheer van velden overdragen aan de vereniging. Dat is begrijpelijk, want dat is de post die zichtbaar van de begroting verdwijnt.
Er verdwijnt alleen meer dan een post.
Privatisering begint bij de vraag wat er precies overgaat
Het woord privatisering suggereert één besluit. In werkelijkheid kan een gemeente alleen het onderhoud overdragen, ook het dagelijks beheer bij een vereniging leggen, het exploitatierisico verplaatsen of zelfs het eigendom uit handen geven. Die varianten worden in gesprekken gemakkelijk op één hoop gegooid, terwijl de gevolgen tientallen jaren uit elkaar kunnen lopen. Daarom is de eerste vraag niet óf een accommodatie wordt geprivatiseerd, maar wat er na het besluit nog bij de gemeente ligt en wat niet. Pas daarna kun je beoordelen welke besparing tegenover welk verlies aan zeggenschap staat.
Twee vormen die vaak door elkaar lopen
Ruim vier op de tien gemeenten hebben in de collegeperiode 2014 tot 2018 minimaal één sportaccommodatie op afstand geplaatst. Daarbij is een verschil zichtbaar dat er wezenlijk toe doet. Bij binnensportaccommodaties is vaker gekozen voor externe verzelfstandiging, waarbij het exploitatierisico bij de gemeente blijft. Bij buitensportaccommodaties is vaker gekozen voor privatisering, waarbij zeggenschap en exploitatierisico worden overgedragen aan derden (Mulier Instituut in samenwerking met Vereniging Sport en Gemeenten).
Dat onderscheid is voor een sportpark direct relevant, want buitensport is precies waar de zwaardere variant het vaakst wordt toegepast. Verzelfstandiging is beheer op afstand. Privatisering is beheer en besluit op afstand.
Bij dat cijfer past een kanttekening over ouderdom: de peiling gaat over de collegeperiode 2014 tot 2018, met een vooruitblik waarin twintig procent van de gemeenten aangaf in de periode daarna opnieuw minstens één accommodatie op afstand te plaatsen. Als richting is het bruikbaar, als actuele stand niet.
Wat de vereniging ervoor terugkrijgt, en wat erbij komt
Voor een vereniging is de aantrekkingskracht reeel. De huur wordt sterk verlaagd of vervalt, er is meer vrijheid om te verbouwen zonder gemeentelijke bemoeienis, en onderhoud kan via sponsors en zelfwerkzaamheid vaak goedkoper.
Daar staan lasten tegenover die pas later zichtbaar worden: onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing, en de noodzaak om te reserveren voor vervangingsinvesteringen. Dat laatste is het punt waarop het misgaat. Een bestuur dat vandaag tekent, moet een reservering opbouwen voor een dak dat over vijftien jaar vervangen wordt, terwijl de meeste verenigingsbegrotingen op een jaarhorizon draaien.
Wat de gemeente kwijtraakt
Het directe verlies is helder: geen huurinkomsten meer, en soms een incidentele bijdrage voor achterstallig onderhoud bij de overdracht.
Het indirecte verlies is groter en komt later. Wie geen eigenaar meer is, kan niet meer besluiten. Een gemeente die over tien jaar twee verouderde sportparken wil samenvoegen, is dan voor elke stap afhankelijk van de instemming van de partij aan wie ze het eigendom heeft overgedragen. Dat is geen theoretisch bezwaar; het is de reden waarom herschikkingsplannen op sommige parken niet van de grond komen.
Daarom is de vraag bij privatisering niet alleen wat het bespaart, maar ook welke besluiten je jezelf ermee ontzegt.
Waar de rekening later landt
Wij komen op sportparken waar tien of vijftien jaar geleden is geprivatiseerd om te bezuinigen, en waar de gemeente nu terugkomt met een ontwikkelvraag waarvoor ze de sleutel niet meer heeft. Het besluit van destijds was verdedigbaar en goed onderbouwd; wat ontbrak was de vraag wat er zou gebeuren als het park over vijftien jaar op de schop moest. Dat is zelden iemands fout. Een privatiseringsbesluit wordt genomen binnen een bezuinigingsopdracht met een looptijd van vier jaar, en de gevolgen ervan tellen pas mee in een collegeperiode waarin niemand van de oorspronkelijke betrokkenen nog zit.
Wij zetten die vraag daarom expliciet op tafel voordat er wordt getekend: welke besluiten wil de gemeente over vijftien jaar nog kunnen nemen, en welke voorwaarden zijn nodig om dat mogelijk te houden. Voor de juridische uitwerking, van terugkoopregelingen tot erfpachtvoorwaarden, werken wij samen met specialisten. Wat wij bepalen is welke vraag zij moeten beantwoorden.
Privatisering hoeft geen slechte keuze te zijn. Het is een keuze met een lange looptijd die in een korte cyclus wordt genomen, en dat is precies wat haar riskant maakt. Overweegt jouw gemeente een accommodatie over te dragen? Wij van Sportgrond leggen de zeggenschapsvraag naast de besparingsvraag, voordat de akte passeert.
Wie de opstallen bezit, bepaalt wat er met het Sportpark kan gebeuren
