Blog

Padel op het Sportpark: een groeivraag die capaciteitsplannen nog niet meenemen

Door Natasja Heijink

Padel op het sportpark: een uitzetter markeert nieuwe padelbanen naast een bespeeld voetbalveld

Padel is geen nieuwe sport meer, maar in de meeste capaciteitsplannen van een sportpark heeft hij nog geen eigen plek. De vraag duikt op als losse wens van een vereniging, meestal nadat de ruimte al verdeeld is.

Hoe hard de vraag groeit

In 2025 stonden 876.000 Nederlanders minimaal een keer op een padelbaan. Het aantal aanbieders groeide dat jaar met 15 procent en het aantal banen met 25 procent, maar het aantal spelers groeide harder dan het aantal speellocaties, waardoor het aantal spelers per baan in veel gebieden hoog uitkomt (KNLTB, 2026).

Dat cijfer komt uit Padel in Cijfers, het jaarlijkse onderzoeksrapport van de KNLTB zelf, opgesteld met hoofdsponsor EY. De bond heeft belang bij een beeld van groei en schaarste, en een deel van de spelersaantallen komt uit haar eigen boekingsplatform. Als richting is het bruikbaar, en het strookt met wat gemeenten zien. Als onderbouwing voor een specifieke locatie is het dat niet: daarvoor is eigen bezettingsdata nodig.

Waarom capaciteitsplannen dit missen

Wie een capaciteitsvraagstuk in kaart brengt, rekent doorgaans met de sporten die er al zijn: voetbal, hockey, tennis. Padel wordt daar met terugwerkende kracht bij geplakt. Dat is verklaarbaar, want een normberekening werkt met bestaande gebruikersaantallen, en een sport die vooral flexibel en zonder lidmaatschap wordt gespeeld valt buiten die telling. Het probleem is dat de vraag zich daar niets van aantrekt.

Capaciteit is meer dan het aantal velden

Er speelt bovendien een ruimtelijk vraagstuk dat groter is dan padel alleen. De druk op ruimte voor sport neemt landelijk toe, en er wordt gewerkt aan een nationale richtlijn die gemeenten moet helpen bij ruimtelijke planning en keuzes (Mulier Instituut, 2025).

Welke vragen erbij horen

Baanconstructie, verlichting, geluid en de vergunningsvraag zijn specialistisch werk, en daar horen een akoestisch adviseur en een ontwerpbureau bij. Die onderzoeken beantwoorden alleen de tweede vraag. De eerste is organisatorisch: past een padelbaan in het huidige gebruik en de programmering van dit sportpark, is er ruimte in de planning, wie exploiteert de baan, en is er draagvlak bij de andere gebruikers? Die vraag wordt bij groeiende sporten vaak overgeslagen, totdat de vraag er is en de ruimte niet.

Wat ons bij groeisporten opvalt

Wij komen op sportparken waar de padelvraag al jaren speelt en nog steeds als incident wordt behandeld: een verzoek van een vereniging, een collegebesluit, een baan erbij, en het jaar daarna hetzelfde verzoek van de buurclub. Er is geen kader waaraan zo'n verzoek getoetst wordt. Dat is zelden iemands fout. Een gemeente reageert op de aanvragen die binnenkomen, en een accommodatieplan wordt eens in de zoveel jaar herzien. Een sport die in enkele jaren verdubbelt, past niet in die cyclus.

Wij nemen groeisporten daarom expliciet mee als categorie in de ontwikkelrichting, met de vraag welke ruimte een sportpark reserveert voor vraag die er nu nog niet is, en onder welke voorwaarden die ruimte wordt vrijgegeven. Dat is geen voorspelling, maar een afspraak vooraf over hoe je met de volgende groeisport omgaat.

Voor gemeenten die nu een capaciteitsvraagstuk in kaart brengen, is de les kort: reken niet alleen met de sporten van vandaag. Padel is daarvan op dit moment het duidelijkste voorbeeld, maar vrijwel zeker niet het laatste. Speelt deze vraag ook op een van je sportparken? Wij van Sportgrond denken hier graag over mee.

Sportgedrag verandert: van verenigingssport naar flexibel bewegen

Lees meer over onze aanpak

Neem contact op