Blog

Er komt een landelijke richtlijn voor sportlocaties, en die is er nog niet

Door Natasja Heijink

Ruimte voor sport onder druk: twee figuren kijken over een sportpark met woningbouw en kranen aan de ene kant en een bouwhek aan de andere

Er wordt gewerkt aan een nationale richtlijn die gemeenten handvatten moet bieden bij ruimtelijke planning voor sport. Het Mulier Instituut ontwikkelt die in 2026, samen met het RIVM en met steun van het ministerie van VWS (Mulier Instituut, Jaarrapport Ruimte voor sport en bewegen 2025, via NOS).

Dat is goed nieuws, en het is tegelijk een uitstekende reden om nu niets te doen. Die verleiding is het onderwerp van dit artikel.

Wat er in het jaarrapport staat

De aanleiding is scherp geformuleerd. Zonder extra inzet van gemeenten bestaat het risico dat de ruimte voor sport en beweging afneemt in plaats van toeneemt, terwijl de behoefte juist toeneemt.

Drie factoren spelen daarin mee. Woningbouw, waarbij in een op de vijf gemeenten de afgelopen tien jaar op een of meer sportparken is gebouwd, in de meeste gevallen met compensatie elders. Demografie, waarbij groei, krimp en vergrijzing de behoefte veranderen en stedelijke regio's moeite hebben het aanbod te laten meegroeien. En druk op natuur- en recreatiegebieden, waardoor sport daar soms voor moet wijken.

Daarbij komt dat een op de acht sportverenigingen een wachtlijst of ledenstop heeft, waarbij het vaak de jeugd is die niet terechtkan.

Wat een richtlijn wel en niet gaat doen

Een richtlijn geeft handvatten bij ruimtelijke planning en het maken van keuzes. Dat is precies wat het woord zegt: een hulpmiddel, geen norm en geen verplichting.

Wat een landelijk document per definitie niet kan, is uitspraken doen over jouw specifieke locatie. Of dit park moet uitbreiden of anders benut worden, hangt af van gebruik, exploitatie, eigendom en de vraag welke gebruikers er in de daluren bijkunnen. Die gegevens staan in geen enkele landelijke richtlijn, omdat ze per park verschillen.

De richtlijn kan dus helpen om een keuze te onderbouwen. Hij kan de keuze niet maken.

Wat je nu al kunt vastleggen

Er is één ding dat je nodig hebt zodra die richtlijn er is, en dat je nu al kunt verzamelen: een feitelijk beeld van het huidige gebruik. Welke uren staan structureel leeg, waar zit de piek, welke verenigingen groeien of krimpen, en hoe verhoudt de bezetting zich tot wat er beschikbaar is.

Dat beeld veroudert niet zolang je het bijhoudt, en het is bruikbaar ongeacht wat er in de richtlijn komt te staan. Een gemeente die het volgend jaar nog moet gaan verzamelen, staat een jaar achter op een gemeente die het al heeft.

Waarom wachten zo verstandig lijkt

Wij komen op sportparken waar een besluit al twee keer is doorgeschoven omdat er nieuw beleid of nieuw onderzoek in aantocht is. De redenering is telkens verdedigbaar: het zou zonde zijn om nu te kiezen als er straks een kader ligt. Dat is zelden iemands fout. Een ambtenaar die vooruitloopt op landelijk beleid en er later naast blijkt te zitten, krijgt daar vragen over; wie wacht op het kader, krijgt die vragen niet. De prikkel wijst dus naar uitstel, ook als de opgave dat niet toelaat.

Wij draaien die vraag om: wat verandert er aan dit besluit als de richtlijn er wel ligt? Meestal is het antwoord dat de onderbouwing sterker wordt en de keuze hetzelfde blijft. Dan is wachten geen voorzichtigheid maar verlies van een jaar.

Voor gemeenten die nu een accommodatievraag op tafel hebben, is de komst van de richtlijn dus vooral een signaal dat het onderwerp landelijk serieus wordt genomen. Het is geen reden om de eigen locatie ongemoeid te laten. Speelt er bij jullie zo'n besluit, en twijfel je of je moet wachten? Wij van Sportgrond helpen die afweging scherp te krijgen.

Waarom landelijke groeicijfers niets zeggen over je Sportpark

Lees meer over onze aanpak

Neem contact op