Blog

Wat een meting op één Sportpark laat zien en een landelijk kengetal niet

Door Natasja Heijink

Maatschappelijke waarde van een sportpark: ouderen wandelen over het pad terwijl een begeleider met klembord toekijkt bij een groep in een sessie

Op Sportpark Drumpt in Tiel is gemeten wat het park voor zijn gebruikers waard is. Niet met een landelijk gemiddelde, maar met vragenlijsten onder 147 leden van voetbalclub T.S.V. Theole en 41 deelnemers aan een aanbod voor mensen die extra ondersteuning nodig hebben, waaronder statushouders en ouderen (Kenniscentrum Sport & Bewegen, 2026).

De vraag die het onderscheid maakt

De kernvraag in het onderzoek was of leden zouden blijven sporten als het sportpark er niet meer zou zijn. Dat is een andere vraag dan hoeveel sport oplevert. Het is de vraag wat dit park toevoegt, en dat is precies wat een landelijk kengetal niet kan beantwoorden.

Het onderzoek bouwt voort op landelijke data waaruit blijkt dat de gemiddelde Nederlander per extra uur sport per week een welzijnsverbetering ervaart die gelijkstaat aan een inkomensstijging van 250 euro per maand. Voor mensen in armoede, met een chronische aandoening, arbeidsongeschikten en eenzame ouderen ligt dat effect aanzienlijk hoger.

Vier uitkomsten die het beeld bijstellen

De grootste maatschappelijke waarde komt van de reguliere leden, simpelweg omdat dat de grootste groep is. Per individu is de welzijnswinst bij kwetsbare doelgroepen het hoogst.

Reguliere verenigingen vervullen ongemerkt al een opvangrol, want ook onder de gewone leden zitten mensen uit kwetsbare groepen.

De echte uitdaging is niet de waarde maar het bereik. Als kwetsbare groepen sporten stijgt hun welzijn sterk, maar de instroom en de absolute deelnemersaantallen blijven laag.

En het inzetten van een park dat primair voor avonden en weekenden is gefinancierd, ook overdag voor specifieke groepen, verhoogt wat de onderzoekers de maatschappelijke bezettingsgraad noemen. De indicatieve kosten-batenratio voor dat doelgroepenaanbod komt uit op 2,86.

Wat de onderzoekers er zelf bij zeggen

Die 2,86 vraagt om terughoudendheid, en dat staat expliciet in de bron. De waarde is gebaseerd op een eigen inschatting van leden over wat zij zouden doen als het park wegvalt, en dat is subjectief. Het bedrag komt bovendien niet letterlijk op de rekening van de vereniging of de gemeente; het weerspiegelt hoeveel baat de samenleving heeft bij sporten. De structurele kosten van het park, inclusief afschrijving en onderhoud, zitten niet in die ratio.

Wie het cijfer zonder die kanttekeningen in een raadsvoorstel zet, doet hetzelfde als bij de landelijke SROI: een getal presenteren dat bij navraag omvalt.

Wat er dan overblijft

Wij komen op sportparken waar de maatschappelijke onderbouwing bestaat uit een landelijk kengetal, terwijl de gegevens over de eigen locatie er niet zijn. Er is nooit gevraagd wie er komt, wie er niet komt, en wat er zou gebeuren als het park er niet was. Dat is zelden iemands fout. Een landelijk cijfer is gratis en direct beschikbaar; een lokale meting kost tijd en budget dat niemand heeft aangevraagd omdat de noodzaak pas blijkt als het voorstel in de commissie ligt.

Wij beginnen daarom bij de gebruikers van deze locatie: wie komt er, op welke momenten, en welke groepen ontbreken. Voor de doorrekening zelf zijn er inmiddels instrumenten en onderzoekers; wat daaraan voorafgaat is de vraag welke groepen je uberhaupt wilt bereiken.

Voor een gemeente is de bruikbare les uit Tiel niet het getal maar de methode. Een meting op de eigen locatie levert een verhaal op dat een raadslid kan navertellen, en dat is bestuurlijk sterker dan een verhouding met twee decimalen. Overweeg je zo'n meting? Wij van Sportgrond helpen de vraag scherp te krijgen voordat er een onderzoeksopdracht ligt.

De SROI van jouw gemeente zegt niets over dit Sportpark

Lees meer over onze aanpak

Neem contact op