Blog

Als de fusie niet doorgaat en beide clubs op hetzelfde Sportpark blijven

Door Natasja Heijink

Fusie afgeketst, samen op een sportpark: twee clubhuizen met een half aangelegd verbindingspad, terwijl een gemengd jeugdteam op het veld doortraint

Over fusies die slagen wordt geschreven. Over fusies die afketsen niet. Twee besturen praten anderhalf jaar, er komt een ledenvergadering, en het gaat niet door. Bij de een omdat de leden tegenstemden, bij de ander omdat een bestuur onderweg afhaakte.

Vanuit de verenigingen bekeken is dat een eindpunt. Vanuit het sportpark bekeken niet, want beide clubs staan er de volgende zaterdag gewoon weer, op dezelfde velden, met dezelfde gedeelde kleedkamers.

Wat er is veranderd, ook al is er niets besloten

Dit wordt vaak onderschat. Tijdens zo'n traject is er van alles opengelegd: ledenprognoses, financiele posities, onderhoudsachterstanden, ambities. Beide besturen weten nu dingen van elkaar die ze twee jaar geleden niet wisten.

Daarnaast zijn er verwachtingen gewekt bij vrijwilligers en jeugdteams, en soms bij de gemeente. En er is een verhaal ontstaan over wie het heeft laten stranden. Dat verhaal blijft langer hangen dan het besluit zelf.

Waarom het park meestal wel bewoog

In de tussentijd is er bijna altijd iets praktisch veranderd. Gezamenlijke jeugdteams, gedeelde trainingsavonden, een trainer die voor beide clubs werkt, materiaal dat door elkaar is gaan lopen. Dat is tijdens de gesprekken ontstaan omdat het logisch was, en niemand heeft ooit vastgelegd wat er zou gebeuren als de fusie niet doorging.

Daar ontstaat de eerste concrete vraag: houd je die praktische samenwerking in stand, of draai je haar terug? Beide keuzes zijn verdedigbaar. Geen keuze maken is de slechtste variant, want dan blijft het bestaan tot het misgaat over een sleutel of een factuur, en dan gaat het gesprek daar niet meer over.

Wat er nu wel te winnen valt

Een afgeketste fusie is vaak een fusie die verder ging dan waar de verenigingen op dat moment stonden. Dat is geen falen, dat is informatie. En het opent de weg naar iets lichters: vastleggen wat feitelijk al samen gebeurt, zonder dat de eigen identiteit ter discussie staat.

Het timingsvraagstuk is reeel. Direct na de stemming is het verkeerde moment, maar het juiste moment komt ook niet vanzelf. Een halfjaar werkt vaak: lang genoeg om de emotie te laten zakken, kort genoeg om te voorkomen dat de praktische samenwerking stilletjes uit elkaar valt.

Wat er blijft liggen na een nee

Wij komen op sportparken waar de fusie twee jaar geleden is afgeketst en waar sindsdien niemand meer over het park als geheel heeft gesproken. De gezamenlijke jeugdteams draaien door, de kleedkamerverdeling is ongewijzigd, en de investeringsvraag die de aanleiding voor het fusiegesprek was, staat er nog precies zo. Dat is zelden iemands fout. Na een afwijzing wil geen van beide besturen degene zijn die het onderwerp opnieuw aansnijdt, en de gemeente wil niet de indruk wekken alsnog aan te sturen op wat de leden hebben weggestemd.

Wij pakken daarom niet het fusiegesprek op, maar het gebruiksgesprek: wie gebruikt wat, wat is er feitelijk gedeeld geraakt, en wat moet daarvan worden vastgelegd. Dat gaat over afspraken, niet over samengaan, en dat maakt het bespreekbaar.

Voor een gemeente is de verleiding groot om na een afgeketste fusie afstand te nemen. Begrijpelijk, maar het park blijft er liggen, met twee gebruikers die samen minder leden hebben dan het complex veronderstelt. De vraag die dan op tafel hoort, is niet of er alsnog gefuseerd moet worden, maar wat het huidige gebruik betekent voor bezetting, onderhoud en de investeringen van de komende jaren. Speelt dit bij jullie? Wij van Sportgrond kijken graag mee naar wat er praktisch wel geregeld kan worden.

Samenwerken zonder te fuseren: wat dat betekent voor het Sportpark

Lees meer over onze aanpak

Neem contact op